Dakafvoer en verhoogde noodoverstort op plat dak

Een plat dak heeft een geplande hemelwaterafvoer nodig: een of meer afvoerputten of een stadsuitloop, voldoende afschot en waar nodig een noodoverstort. De capaciteit bepaalt u volgens NEN 3215. Hieronder vindt u de ontwerpgetallen, de aansluitdetails en wat u van een vakman mag verwachten.


Kort samengevat:

  • Een dak tot en met 100 m² heeft minimaal één afvoer nodig; grotere daken vragen minstens twee, waarna de capaciteitsberekening het exacte aantal bepaalt.
  • Ontwerp het afschot op minimaal 16 mm per meter; door constructieve doorbuiging blijft daarvan in de praktijk ongeveer 10 mm per meter over.
  • De richtlijn is 10 tot 20 meter tussen afvoeren en circa 250 m² dakoppervlak per afvoer; NEN 3215 rekent met 0,03 l/(s·m²) regenintensiteit.
  • Bij risico op waterophoping is een noodafvoersysteem verplicht; de noodoverstort hoort hoger te liggen dan de hoofdafvoer en de constructie moet waterbelasting aankunnen.
  • Laat de doorvoer aansluiten op EPDM of bitumen en op de gekozen installatiemethode; een verkeerd type of ongelijk aangedraaide klemring kan lekkage veroorzaken.

Debouwservice
Een plat dak goed laten afwateren
De Bouw Service verzorgt dakrenovaties aan platte daken in regio Breda, met maatwerk afgestemd op uw wensen.

Bekijk de dakdiensten

Inhoudsopgave

Welke soorten afvoeren bestaan er voor een plat dak?

Voor een plat dak kiest u in de praktijk uit drie oplossingen. Welke past, hangt af van de dakopbouw, de indeling van het gebouw en de bereikbaarheid.

  • Inwendige (verticale) afvoer: een afvoerput in het dakvlak die het water via een leiding door het gebouw naar de riolering voert. Gangbaar bij grotere daken en bij bouwwerken waar een buitenpijp niet past.
  • Stadsuitloop (horizontale uitloop): de dakrand heeft een uitloop die het water naar een regenpijp aan de gevel leidt. Bij woningen en aanbouwen is dit meestal de eenvoudigste oplossing.
  • Gootafvoer of overloop: een goot langs de dakrand verzamelt het water en leidt het naar een afvoerpunt. Ook een overloop in de dakrand werkt zo, en fungeert vaak als extra veiligheid.

Bij een woning of aanbouw met een beperkt oppervlak volstaan meestal een stadsuitloop of een enkele afvoerput. Op grotere daken combineert u meerdere afvoeren met een noodvoorziening. Let in alle gevallen op bereikbaarheid: een afvoer die u niet kunt bereiken, wordt niet schoongemaakt. Ook gevoeligheid voor vervuiling telt, want bladeren, mos en grind verstoppen een afvoer sneller dan veel eigenaren verwachten.

Hoeveel afschot en hoeveel afvoeren heeft uw dak nodig?

Een afvoer die niet goed gedimensioneerd is, werkt in de praktijk niet. Dit zijn de ontwerppunten die u kunt controleren, of kunt laten nalopen door een vakman:

  1. Afschot. Ontwerp op minimaal 16 mm per meter. Door doorbuiging van de constructie blijft in de praktijk ongeveer 10 mm per meter over, zo meldt Vereniging Eigen Huis. Meer over dit onderwerp leest u in onze uitleg over afschot op een plat dak.
  2. Aantal afvoeren. Het benodigde aantal afvoeren hangt af van het dakoppervlak en de berekening van de capaciteit.
  3. Onderlinge afstand. Als vuistregel geldt 10 tot 20 meter tussen afvoeren, ongeveer 250 m² dakoppervlak per afvoer.
  4. Capaciteit. Die berekent u volgens NEN 3215, met een ontwerpregenintensiteit als rekenpunt.
  5. Systeemdenken. Hoofdafvoer en noodafvoer horen samen één ontwerp te vormen.

De rekenwaarde volgens de norm: NEN 3215 gaat uit van een ontwerpregenintensiteit van 0,03 l/(s·m²), en geeft ook de minimale aantallen en afstanden voor afvoeren. Daarmee kunt u de uitkomst van een offerte toetsen.

Bij onvoldoende rioolcapaciteit kan een ontlastvoorziening nodig zijn: een overloop naar maaiveld, zodat het water het gebouw niet in kan lopen wanneer het riool het niet meer slikt.

Welk materiaal en welke aansluiting past bij uw dakbedekking?

De afvoer zelf is zelden het probleem. De aansluiting op de dakbedekking is waar het misgaat.

  • EPDM-doorvoeren: speciaal gemaakt voor EPDM-membranen, zodat de afdichting waterdicht aansluit op het dakzeil. Een doorvoer die niet bij het membraan past, lekt vroeg of laat.
  • Bitumen-oplossingen: afvoeren met een manchet of klemring voor bitumineuze dakbedekking. De klemring perst de bedekking vast en vormt zo de afdichting rond de afvoer.
  • Gietijzer met brandmanchet: voor zwaar belaste daken zoals parkeerdekken, waar duurzaamheid en brandveiligheid zwaar meewegen.
  • Installatiemethode: vlamlassen en koud verlijmen vragen om elk een eigen, daarop afgestemde doorvoer.

De klemring moet gelijkmatig worden aangedraaid. Te weinig druk laat water langs de rand lopen, te veel druk beschadigt het membraan. Daarnaast moet het membraan voldoende diep in de afvoer doorlopen.

Pro-tip: vraag bij elke offerte welk doorvoertype is gekozen en of het past bij uw dakbedekking en de manier waarop die wordt aangebracht.

Wanneer is een noodoverstort verplicht en wat betekent dat voor uw dak?

Een noodoverstort is een tweede uitgang voor regenwater. Raakt de hoofdafvoer verstopt, dan stroomt het water via de noodvoorziening het dak af in plaats van zich op te hopen. Een goede noodoverstort heeft nog een tweede functie: wie water ziet lopen, weet dat de hoofdafvoer aandacht nodig heeft.

De regels zijn duidelijk. Volgens het Bouwbesluit en NEN 3215 moet een dak een hemelwaterafvoersysteem met voldoende capaciteit hebben. Bestaat er risico op wateraccumulatie, dan is naast de hoofdafvoer ook een noodafvoersysteem verplicht, om instorting bij verstopping te voorkomen. Een door het gebouw lopende voorziening moet bovendien lucht- en waterdicht zijn. Ook PONT Omgeving wijst erop dat de constructie op waterbelasting moet worden berekend.

Praktisch betekent dit dat de noodoverstort hoger ligt dan de hoofdafvoer en dat er rekening is gehouden met doorbuiging van de constructie. Bij een bestaand dak ziet u dat een noodoverstort soms ontbreekt. Laat dat dan beoordelen voordat u het dak opnieuw bekleedt.

Doorsnede met hoofdafvoer en hogere noodoverstort

Hoe plaatst en onderhoudt u afvoeren op een plat dak?

Een goed ontwerp blijft alleen goed met onderhoud. Hier zijn onze praktische adviezen:

  • Plaatsing: leg afvoeren op het laagste punt van het afschot en houd afstand tot hoeken en opstanden.
  • Bladvangers: controleer en reinig ze regelmatig, zeker in het najaar. Lichte verstopping door blad haalt u zelf weg, met handschoenen en zonder het membraan te beschadigen.
  • Jaarlijkse inspectie: kijk naar de staat van de klemring, de aansluiting en plekken waar water blijft staan.
  • Toegestane plasdiepte: direct na een regenbui zijn verspreide plasjes toegestaan, zolang ze niet dieper zijn dan 10 mm. In gootzones is maximaal 15 mm toegestaan, aldus Vereniging Eigen Huis. Belangrijker is dat het dak niet doorbuigt door wateraccumulatie.

Schakel ons in bij renovatie, bij heraansluiting van de dakbedekking, bij een aanpassing van het ontwerp en bij structurele doorbuiging. Meer controlepunten vindt u in onze stapsgewijze gids voor dakonderhoud. Heeft u al een lekkage, lees dan onze uitleg over de oorzaken van daklekkage.

Waar letten wij op bij een afvoer op een plat dak?

De meeste problemen die wij zien, ontstaan bij de aansluiting. Goedkoop materiaal is zelden het probleem, een onjuist aangebrachte afdichting wel: een klemring die niet gelijkmatig is aangedraaid, of een doorvoer die niet past bij het membraan. Daarom geven wij professionele aansluiting voorrang boven besparen op onderdelen. Twijfelt u over uw afvoer, laat het dak dan inspecteren voordat het water u daar zelf op wijst.

— Patrick

Hoe helpen wij bij ontwerp, aansluiting en uitvoering?

Bij De Bouw Service verzorgen wij dakrenovatie, dakonderhoud en dakinspectie, inclusief de aansluiting van hemelwaterafvoeren op uw dakbedekking. U weet vooraf waar u aan toe bent: wij leggen helder uit wat nodig is en waarom. De eerste stap is eenvoudig. U vraagt een offerte of inspectie aan, wij beoordelen uw afvoer en dakopbouw ter plaatse en u ontvangt een concreet voorstel. Bekijk onze diensten voor dakrenovatie, dakonderhoud en dakinspectie en neem contact met ons op.

Debouwservice

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik een plat dak afwateren?

U voert het water af met voldoende afschot naar een of meer afvoeren, aangevuld met een noodoverstort waar dat vereist is. Het ontwerp rekent u door volgens NEN 3215. Het benodigde aantal afvoeren hangt af van het dakoppervlak en de capaciteitsberekening, zoals toegelicht in de brochure van ACO.

Hoe maak ik een dakdoorvoer?

Een dakdoorvoer maakt u door een afvoer of manchet door de dakbedekking te leiden en de klemring gelijkmatig aan te drukken. De doorvoer moet passen bij uw dakbedekking, EPDM of bitumen. Omdat de afdichting kritiek is, laten de meeste eigenaren dit door een vakman uitvoeren.

Hoe sluit ik mijn regenpijp aan op mijn stadsuitloop?

U plaatst de regenpijp onder de uitloop, met een waterdichte verbinding en voldoende afschot richting riolering of regenton. Controleer of de aansluiting past bij de diameter van de uitloop. Heeft u twijfel over de capaciteit, laat dat dan berekenen.

Hoeveel afvoeren heeft een plat dak nodig?

Een dak tot en met 100 m² heeft minimaal één afvoer nodig, een groter dak minimaal twee. Als vuistregel geldt 10 tot 20 meter tussen afvoeren, aldus Vereniging Eigen Huis. De exacte uitkomst hangt af van de berekening.

Bronnen

Aanbevelingen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *